Beleggen in aandelen, obligaties of goud?

Als je gaat beleggen om financieel onafhankelijk te worden, zul je je afvragen: moet ik in aandelen of obligaties beleggen? Of in een combinatie van beiden? En in welke verhouding? Is het verstandig om ook voor een deel in goud te beleggen? In dit artikel probeer ik op deze vragen een antwoord te geven.

Rendement op de lange termijn

Professor Jeremy Siegel heeft onderzoek gedaan naar de historische rendementen van verschillende beleggingscategorieën van 1802 tot nu. Zie hiervoor deze grafiek.

Een investering in goud zou maar iets meer dan de inflatie hebben opgeleverd: gemiddeld een half procent per jaar. Een dollar in 1802 geïnvesteerd in goud zou, gecorrigeerd voor inflatie, nu ongeveer 3 keer zoveel waard geweest zijn.

Obligaties deden het beter met een gemiddeld rendement van 3,5% na inflatie. Een investering in obligaties in 1802 zou nu ruim 1.600 keer zoveel waard zijn geweest.

Aandelen bleken met een gemiddeld rendement van 6,7% (na inflatie) veruit het beste te renderen. Een investering in aandelen in 1802 zou, gecorrigeerd voor inflatie, nu ruim een miljoen keer zoveel waard geworden zijn!

Goud valt af

Goud behaalt dus gemiddeld het laagste rendement. Dat is eigenlijk ook niet zo gek. Goud levert niets op als je het in bezit hebt: geen dividend of rente, zoals bij aandelen of obligaties. Het is dan ook logisch dat superbelegger Warren Buffett niet in goud belegt. Het lage rendement is voor mij ook reden om niet in goud te beleggen.

Aandelen en obligaties

Dus blijven aandelen en obligaties over. In welke verhouding kun je deze nu het beste verdelen? Dat hangt van je beleggingshorizon af. Hoe langer je beleggingshorizon, hoe groter de kans dat aandelen een hoger rendement zullen geven dan obligaties. Naar mate je horizon langer is, is het dus aan te bevelen een groter deel in aandelen te beleggen.

De kans dat aandelen beter presteren dan obligaties over een periode van 10 jaar, is ongeveer 80%. Bij een periode van 20 jaar is deze kans meer dan 90%. Bij een periode van 30 jaar is de kans zelfs bijna 100% dat aandelen een hoger rendement zullen halen.

Een gangbare verdeling volgt ongeveer deze percentages: bij een horizon van 10 jaar zou je dus bijvoorbeeld 80% aandelen en 20% obligaties moeten hebben.

Beleggers in de praktijk voorzichtiger

In de praktijk zijn veel beleggers voorzichtiger. Ze hebben dan relatief meer obligaties dan je volgens de bovenstaande verdeling zou verwachten. Daarmee behalen ze meestal een veel lager rendement en doen ze zichzelf eigenlijk te kort.

Forse koersdalingen

Een eerste reden daarvoor is dat ze bezorgd zijn over koersdalingen. Die angst is echter niet helemaal terecht.

Eens in de zoveel tijd zullen de koersen inderdaad fors dalen. Dat staat eigenlijk wel vast. Zeker als je een lange beleggingshorizon hebt, zul je dit meerdere keren meemaken.

Na een koersdaling zal echter ook een herstel komen. Dat laat ook het verhaal zien van de fictieve belegger Bob die steeds op het slechtste moment (vlak voor een crash) instapt in aandelen. Bob raakt echter niet in paniek en houdt zijn aandelen vast. Daarmee weet zelfs “slechtste belegger ooit” Bob nog een behoorlijk rendement te behalen.

Beleggingshorizon vaak langer dan je denkt

Daarnaast is je beleggingshorizon vaak langer dan je denkt. Als je bijvoorbeeld belegt voor je pensioen, is de horizon niet het moment dat je voor het eerst geld opneemt. Naar verwachting zul je je portefeuille daarna nog vele jaren aanhouden. Als je ook belegt voor je partner, kinderen of kleinkinderen zal je horizon nog veel verder in de toekomst liggen.

Vaak is de meest logische keuze in deze situaties om geheel in aandelen te beleggen. Als je voor een deel obligaties kiest, loop je vrijwel zeker rendement mis. Dat zou natuurlijk zonde zijn…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *