Auteursarchief: admin

Besparen op de boodschappen

Een groot deel van het maandelijkse budget gaat op aan boodschappen. Toch valt hier voor velen gemakkelijk op te besparen. Op jaarbasis kun je daarmee een flink bedrag besparen.

In dit artikel geef ik enkele tips om te besparen op de boodschappen. De tips zijn te verdelen in twee soorten:

  • koop alleen wat je nodig hebt
  • let op de prijs

Koop alleen wat je nodig hebt

Je kunt natuurlijk rustig langs alle schappen gaan en je boodschappenkar flink volladen. Maar vaak koop je dan ook behoorlijk wat producten die je niet nodig hebt. Uiteraard gaan je uitgaven op boodschappen dan ook flink omhoog.

Kijk voordat je boodschappen wilt doen eens in je koelkast, vriezer en voorraadkast. Soms ligt daar nog voldoende in om de komende dagen van te eten. Ook weet je dan wat je al in huis hebt en koop je niet teveel.

Vooral bij bederfelijke producten (bijvoorbeeld groente, fruit en zuivel) is het belangrijk dat je niet teveel koopt, zelfs als het in de aanbieding is. Als je bedorven voedsel weg moet gooien, is dat natuurlijk zonde (en het kost geld).

Het helpt om een lijstje te maken van de producten die je de komende dagen nodig hebt. Als je je goed aan het lijstje houdt, geef je veel minder geld uit aan onnodige boodschappen.

Ook kun je veel besparen door minder ongezonde snacks te kopen, zoals snoep, chocola, koekjes en frisdrank. Deze producten bevatten veel suiker, waardoor je steeds weer trek krijgt. Je eet dan gemakkelijk teveel. Met gezonde tussendoortjes als fruit, noten en zuivel kun je dit zoveel mogelijk voorkomen.

Sla de schappen met ongezonde snacks gerust over in de winkel! Mijn ervaring is dat je dan minder snel in de verleiding komt om toch iets lekkers (ongezonds) mee te nemen.

Let op de prijs

Behalve alleen te kopen wat je nodig hebt, helpt het ook om op de prijs te letten. Je kunt veel besparen door producten zoveel mogelijk in de aanbieding te kopen.

Let wel op dat niet elke aanbieding een goede aanbieding is. 10% korting is niet veel als je het product ook regelmatig tegen 50% korting (of 2e product gratis) kunt krijgen. In een supermarkt waar ik kom, staat zelfs regelmatig een bord “Actie!” bij producten waar je dan de gewone prijs voor betaalt. Ik let daarom vooral op de aanbiedingen waarbij wel een flinke korting wordt gegeven (bijvoorbeeld 2e gratis).

Het gemakkelijkste is om de prijs per kilo te vergelijken. Bij bepaalde producten koop ik standaard het huismerk, maar soms is een A-merk door een aanbieding goedkoper. Vaak zijn grootverpakkingen ook goedkoper, tenzij alleen de kleinere verpakking in de aanbieding is.

Bij een goede aanbieding van een product dat je ook daadwerkelijk nodig hebt, kun je een voorraad maken als het producten lang houdbaar is. Dit zijn bijvoorbeeld thee, rijst, pasta, wasmiddel, shampoo, etc. Vaak zijn producten meerdere keren per jaar in de aanbieding. Met een voorraad van enkele maanden heb je dan meestal genoeg tot het product weer in de aanbieding is. Als je deze producten altijd in de aanbieding kunt kopen, bespaar je veel geld!

Groente en fruit

Bij groente en fruit kun je veel besparen door deze in het seizoen te kopen. Aardbeien, frambozen en bramen zijn bijvoorbeeld in de winter wel 2 tot 4 keer zo duur als in de zomer. Het kost dan meer energie om ze te telen of te vervoeren. Dat merk je dan in de prijs.

Andere soorten groente en fruit zijn vrij stabiel in prijs, bijvoorbeeld bananen, broccoli en wortelen. Die kun je dus gerust het hele jaar door kopen.

Voorgesneden groenten en fruit kun je beter vermijden. Die zijn namelijk vele malen duurder. Je betaalt dan voor het gemak, maar het snijden kun je natuurlijk ook gemakkelijk zelf doen.

Verschillende supermarkten

Het kan ook lonen om eens naar een andere supermarkt te gaan. Supermarkten verschillen in het prijsbeleid dat ze voeren. Zo zijn er supermarkten die lagere prijzen hanteren (‘every day low pricing’), zoals de Jumbo. Daar staat tegenover dat deze supermarkten relatief weinig (goede) aanbiedingen hebben. Andere supermarkten (bijvoorbeeld de Albert Heijn), hanteren hogere standaardprijzen, maar hebben vaker aanbiedingen. Voor producten die niet in de aanbieding zijn, zijn supermarkten met lagere standaardprijzen (Jumbo) voordeliger. Als je veel producten koopt die in de aanbieding zijn, dan zal een supermarkt als Albert Heijn waarschijnlijk voordeliger zijn.

Je bent natuurlijk het goedkoopste uit als je de aanbiedingen bijvoorbeeld bij de Albert Heijn koopt en de overige producten bij de Jumbo. Vaker boodschappen doen kost wel extra tijd. Je moet voor jezelf bepalen of dat opweegt tegen het geld dat je daarmee bespaart.

Ik bekijk wekelijks de folders van de supermarkten bij me in de buurt. Voor die week kies ik dan de supermarkt(en) waar de meeste producten op mijn lijstje in de aanbieding zijn. Als ik veel aanbiedingen kan kopen, is het niet zo erg dat ik een paar cent meer betaal voor enkele andere producten.

Wat doen jullie om te besparen op te boodschappen?

Beleggen in indexfondsen

Beleggen in indexfondsen is een verstandige manier om vermogen op te bouwen. Indexfondsen zijn een eenvoudige manier om tegen lage kosten je geld te beleggen. Ik zal enkele punten noemen waar je op moet letten als je je geld in indexfondsen wilt beleggen.

Wat zijn indexfondsen?

Een indexfonds is een beleggingsfonds dat een bepaalde beursindex nabootst om hetzelfde rendement te behalen als deze index. Het fonds doet dit door alle aandelen of obligaties uit de index in de juiste verhouding aan te kopen. Indexfondsen hebben lage kosten: meestal lager dan 0,5% per jaar.

De tegenhanger van een indexfonds is een actief beheerd beleggingsfonds. Actieve beleggingsfondsen proberen een beter rendement te behalen dan de index. Ze proberen de aantrekkelijkste aandelen te selecteren (stock picking) en op het juiste moment te kopen en verkopen (market timing).

In de praktijk blijkt dit vaak tegen te vallen. Maar een klein deel van de fondsen verslaat de index. Daarnaast zijn de kosten van actieve beleggingsfondsen hoger dan bij indexfondsen: meestal 1 tot 2% per jaar. Daarom geef ik de voorkeur aan indexfondsen boven actief beheerde beleggingsfondsen.

Waarop letten als je een indexfonds kiest?

Niet alle indexfondsen zijn even geschikt om in te beleggen. Ik noem enkele punten waar je op moet letten als je een indexfonds kiest.

Lage kosten

Uiteraard hebben fondsen met lage kosten de voorkeur. Hoge kosten leveren namelijk een lager netto rendement op. Er bestaan verschillende indexfondsen met lopende kosten lager dan 0,2% per jaar. Behalve de lopende kosten kun je te maken krijgen met in- en uitstapkosten. Daarnaast kan je broker transactiekosten en een beheervergoeding in rekening brengen.

Spreiding

Je kunt kiezen uit indexfondsen die aandelen uit een bepaalde sector, bepaalde landen, een bepaald werelddeel of zelfs de hele wereld bevat. Hoe meer verschillende aandelen een indexfonds bevat, hoe minder afhankelijk je bent van de prestaties van een enkel bedrijf. Indexfondsen die uit honderden of duizenden verschillende aandelen bestaan, hebben daarom de voorkeur boven indexfondsen met maar tientallen aandelen.

Spreiding over verschillende sectoren is nog belangrijker dan spreiding naar regio. Als je in een specifieke sector belegt, kun je alsnog veel risico lopen als de sector als geheel slecht presteert. Daarentegen is het niet nodig om alleen wereldwijd gespreide indexfondsen aan te kopen (al kan het natuurlijk wel). Veel grote Europese en Amerikaanse bedrijven behalen ook een belangrijk deel van hun omzet buiten het land of werelddeel waar ze gevestigd zijn.

Duurzaamheid

Een nadeel van een index is dat deze ook aandelen kan bevatten van bedrijven waar je niet in wil beleggen. Bijvoorbeeld bedrijven die controversiële wapens produceren. Er zijn verschillende indexfondsen die uitsluitingscriteria hanteren, zoals bij bepaalde sectoren (wapens, tabak, gokken), effect op het milieu of schending van mensenrechten.

Daarnaast zijn er indexfondsen die bedrijven selecteren met ESG-criteria. ESG staat voor Environmental, Social en Governance. Indexfondsen die met ESG-criteria werken sluiten bedrijven uit die een slechte score hebben op bijvoorbeeld milieuvervuiling of uitbuiting van werknemers.

Dividendlekkage

Dividendlekkage is betaalde dividendbelasting die je niet kunt terugvorderen of verrekenen bij je belastingaangifte. Er zijn twee vormen van dividendlekkage. Ten eerste kan er dividendbelasting zijn die het fonds niet kan terugvorderen. Daarnaast is er mogelijk dividendbelasting die je zelf niet kunt verrekenen als het fonds aan jou dividend uitkeert.

Dividendlekkage gaat ten koste van het rendement. Afhankelijk van de hoeveelheid dividend en het deel van de dividendbelasting dat verloren gaat, kun je jaarlijks tot ongeveer 0,5% per jaar aan rendement verliezen. Net als het jaarlijkse kostenpercentage is het dus belangrijk om hier rekening mee te houden.

Of de betaalde dividendbelasting volledig terug te vorderen of te verrekenen is, hangt af van het vestigingsland van het fonds. Een in Nederland gevestigd fonds heeft de voorkeur, omdat het gemakkelijker de betaalde dividendbelasting kan verrekenen dan een vergelijkbaar buitenlands fonds.

Fysieke replicatie

Een indexfonds kan op verschillende manieren de index volgen. Wanneer een indexfonds alle onderliggende aandelen uit de index koopt, is er sprake van fysieke replicatie. Een andere mogelijkheid is dat de index gevolgd wordt met derivaten. De aandelen worden dan niet gekocht, maar er wordt een swapcontract opgesteld met een tegenpartij. Dit wordt synthetische replicatie genoemd.

Bij synthetische replicatie loop je het risico dat een tegenpartij niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Mijn voorkeur gaat daarom uit naar fysieke replicatie, dus indexfondsen die de onderliggende aandelen ook daadwerkelijk in bezit hebben.

Mijn keuze

Ik heb ervoor gekozen om te beleggen in twee fondsen van Actiam: het Verantwoord Index Aandelenfonds Europa en het Verantwoord Index Aandelenfonds Noord-Amerika. Deze twee fondsen voldoen aan al deze eisen:

  • De jaarlijkse kosten zijn laag met 0,15% en 0,10%
  • Met deze twee fondsen beleg ik in meer dan 1000 bedrijven
  • De fondsen sluiten bedrijven uit in controversiële wapens, tabak en ontginning van steenkool
  • De fondsen voorkomen dividendlekkage zoveel mogelijk doordat ze in Nederland gevestigd zijn
  • De fondsen beleggen door fysieke replicatie

Ik koop de fondsen aan via Interactive Brokers vanwege de lage transactiekosten. Je kunt de fondsen ook kopen via De Giro, Lynx of BinckBank.

Het hangt af van je vermogen welke aanbieder goedkoper is. Bij BinckBank betaal je geen aankoopkosten bij periodieke orders, maar wel een beheervergoeding van 0,18% per jaar. Bij een klein vermogen is dat voordeliger. Bij grotere vermogens zijn Interactive Brokers, Lynx of De Giro voordeliger.

Beleggen jullie ook in fondsen? Zo ja, in welke?

Photo by Aquiles Carattino on Unsplash

Een huis kopen of huren?

Een belangrijke financiële beslissing is het kopen of huren van een huis. Kun je beter een huis kopen of is het toch verstandiger om te gaan huren? Het hangt van je situatie af wat de beste keuze is.

Kopen vaak voordeliger

Je bent meestal voordeliger uit als je een huis koopt. Dat geldt zeker als de rente laag is. Stel dat je een hypotheek van 300.000 euro afsluit tegen 2% rente. Bruto betaal je dan 500 euro per maand aan rente. Door hypotheekrenteaftrek krijg je daarvan een deel terug van de belasting. De netto rente zal in dit voorbeeld ongeveer tussen 350 en 400 euro per maand zijn, afhankelijk van je inkomen en WOZ-waarde.

Zelfs de goedkopere huurwoningen kosten al veel meer. Zeker in de steden zijn huurprijzen boven de 1000 euro per maand geen uitzondering. Alleen als je in aanmerking komt voor een sociale huurwoning en je ook huurtoeslag krijgt, zou dat soms voordeliger kunnen zijn dan kopen.

Aankoop- en onderhoudskosten van een huis

Als je een huis koopt, moet je rekening houden met aankoopkosten. Dit zijn de overdrachtsbelasting, advies- en afsluitkosten voor de hypotheek, taxatiekosten, notariskosten en eventueel makelaarskosten. Houd rekening met in totaal ongeveer 5 tot 6% van de koopsom aan bijkomende kosten. Dit betekent dat je meestal een huis koopt om daar meerdere jaren in te wonen. Verhuizen naar een koophuis kost namelijk veel geld.

Als huizenbezitter moet je ook rekening houden met onderhoudskosten, bijvoorbeeld voor schilderwerk en de cv-ketel. Hoeveel je hieraan kwijt bent hangt af van de grootte van je huis, de leeftijd en de staat van het onderhoud. Daarnaast betaal je als huiseigenaar onroerende-zaakbelasting (ozb). De hoogte van de ozb verschilt per gemeente. Ook moet je een opstalverzekering afsluiten om je huis te verzekeren tegen schade door brand, storm en inbraak.

Ondanks deze kosten is kopen vaak nog steeds voordeliger dan huren. Ook een verhuurder verwerkt al deze kosten in de huurprijs. Daarbij wil een verhuurder natuurlijk ook iets verdienen. Daarom zal huren meestal duurder zijn dan kopen.

Met een koophuis bouw je vermogen op

Sinds enkele jaren is het bij nieuwe hypotheken verplicht dat je je hypotheek aan het einde van de looptijd helemaal afgelost hebt. Als je aflost, wordt de hypotheek lager vergeleken met de woningwaarde. Huizenbezitters bouwen daarmee vermogen op.

Het geld dat je betaalt aan aflossing ben je niet echt kwijt, maar zit als overwaarde in je woning. Voor een eerlijke vergelijking tussen kopen en huren, moet je daarom de aflossing niet mee nemen in je berekening.

Natuurlijk is het mogelijk dat de huizenprijzen dalen, zoals na de financiële crisis van 2008. In het ergste geval zou de waarde van je woning zelfs lager kunnen worden dan je hypotheek. Maar over een langere periode zullen de huizenprijzen gemiddeld met de inflatie stijgen.

Huren geeft flexibiliteit

Tegenover de hogere prijs staat de flexibiliteit die je als huurder hebt. Als je wilt verhuizen, kun je gewoon je huurcontract opzeggen. Als je gezinssituatie binnenkort kan veranderen, door bijvoorbeeld samenwonen of kinderen krijgen, dan kan huren een betere optie zijn. Of als je vanwege een nieuwe baan wilt verhuizen, dan is dat gemakkelijker als je een huurhuis hebt.

Als je een koophuis hebt, hangt het van de woningmarkt af of je het gemakkelijk kunt verkopen. In sommige gevallen kan het wel een paar jaar duren voordat een huis verkocht is. Ook is verhuizen duurder als je een koopwoning hebt, omdat je bij de aankoop van je nieuwe huis weer de bijkomende kosten betaalt.

Conclusie

Als je voor langere tijd in je woning wilt wonen, is kopen in de meeste gevallen voordeliger dan huren. Als echter de kans groot is dat je snel wilt verhuizen, dan kan huren verstandiger zijn. Als je koopwoning moeilijk verkoopbaar is, dan duurt het langer voordat je kunt verhuizen. Ook is verhuizen naar een andere koopwoning relatief duur door de bijkomende kosten (5 tot 6%) bij de aankoop van een huis.

Boodschappen doen op de fiets

Veel mensen doen de boodschappen met de auto. Als je voor de hele week boodschappen doet, ben je vast niet anders gewend, want je kunt dan alle boodschappen in een keer meenemen. Toch heeft boodschappen doen met de fiets ook voordelen.

Vaak sneller en goedkoper

Als de supermarkt niet al te ver is, ben je er met de fiets vaak sneller. Je kunt de fiets veel gemakkelijker en vlotter bij de supermarkt parkeren dan de auto. Ook bespaar je op benzine als je op de fiets gaat.

Als je in een buitengebied woont en de supermarkten veel verder weg zijn, is de fiets natuurlijk niet handig om boodschappen mee te doen. De meeste mensen wonen echter minder dan een kilometer van een supermarkt. Zo’n afstand is op de fiets goed te doen.

Gezond

Volgens de beweegrichtlijnen zouden volwassenen minimaal 2,5 uur per week matig intensief moeten bewegen. Als je op de fiets boodschappen doet, draagt dat bij aan deze lichaamsbeweging. Dat is dus gunstig voor je gezondheid.

Minder meenemen

Op de fiets kun je minder boodschappen meenemen dan met de auto. Velen doen daarom boodschappen met de auto. Toch kan het ook een voordeel zijn dat je op de fiets minder mee kunt nemen.

Supermarkten proberen ons te verleiden om zoveel mogelijk te kopen. Het is geen toeval dat de melk altijd achterin de supermarkt staat. Zo moet je langs meerdere schappen vol met verleidingen als snoep en koekjes lopen.

Als je weet dat je minder mee kunt nemen, zul je gemakkelijker de snoepjes, chips en frisdrank kunnen laten staan. Je bespaart hiermee geld en je eet ook nog eens gezonder!

Als je op de fiets boodschappen doet, zul je meerdere keren per week naar de supermarkt gaan. Uit Australisch onderzoek blijkt dat mensen die meerdere keren per week boodschappen doen meer verse groente en fruit kopen. Ook dat is dus goed voor je gezondheid!

Om boodschappen te vervoeren is een rugtas ideaal. Daarnaast kun je een tas meenemen op de bagagedrager of fietstassen gebruiken. Zo kun je op de fiets toch steeds voor enkele dagen boodschappen meenemen.

Stap elk jaar over van energieleverancier

Veel mensen zijn nog nooit overgestapt van energieleverancier. Ze vinden het teveel gedoe of zijn bang dat er iets mis gaat bij de overstap. Je kunt echter tot honderden euro’s per jaar besparen door elk jaar over te stappen. Daarnaast is overstappen gemakkelijker dan veel mensen denken. Een overstap is alleen een administratieve wijziging, dus je komt nooit zonder stroom of gas te zitten.

Gebruik een prijsvergelijker

Sommige mensen willen wel overstappen van energieleverancier, maar vinden het lastig om verschillende tarieven te vergelijken. Daardoor blijven ze bij hun huidige leverancier en betalen ze meestal teveel.

De oplossing hiervoor is om een prijsvergelijkingssite te gebruiken. Het enige dat je nodig hebt, is je postcode en een redelijke schatting van je verbruik. Een prijsvergelijker kan dan gemakkelijk de tarieven van verschillende leveranciers vergelijken, zodat je gelijk ziet welke leverancier voor jou het voordeligst is.

Sommige mensen sluiten een energiecontract af bij een verkoper aan de deur of via de telefoon. Dit heeft echter nadelen. Je kunt tarieven dan niet goed vergelijken en daardoor geen goede keuze maken. Daarnaast zijn deze aanbiedingen zelden voordeliger dan die van een prijsvergelijker. Als je voordelig uit wilt zijn, kun je daarom beter een prijsvergelijker gebruiken.

Een energieveiling of -collectief of kan soms voordelig zijn, maar is dat zeker niet altijd. Vergelijk het aanbod van een energieveiling daarom altijd met een prijsvergelijker. Ga er niet blind van uit dat de aanbieding van een energiecollectief voor jou het voordeligste is.

Eenjarige contracten goedkoper

Een goede reden om elk jaar over te stappen, is dat eenjarige contracten meestal voordeliger zijn. Energiebedrijven proberen nieuwe klanten te lokken met hoge welkomstpremies. Door deze welkomstpremies zijn eenjarige contracten vaak voordeliger.

Als je steeds overstapt, kun je elk jaar een nieuwe welkomstbonus krijgen. Bij een drie- of vijfjarig contract krijg je deze bonus maar een keer tijdens de looptijd van het contract. Daardoor is de welkomstbonus van een langer contract per jaar meestal relatief lager.

Natuurlijk is het mogelijk dat de energietarieven in de toekomst kunnen stijgen. De tarieven zouden wel fors moeten stijgen, voordat meerjarige contracten voordeliger worden. De kans dat de tarieven zo hard stijgen, is echter klein. Hoewel het natuurlijk geen garantie geeft voor de toekomst, zijn eenjarige contracten tot nu toe voordeliger geweest dan meerjarige contracten.

Andere kortingen vaak niet voordelig

Sommige aanbieders adverteren met cadeaus, zoals een gratis tablet of cadeaubonnen bij een energiecontract. Dit lijkt aantrekkelijk, maar is het vaak niet. Deze cadeaus zijn natuurlijk niet echt gratis, maar de kosten zijn in de tarieven verwerkt. Het ‘gratis’ cadeau dat je krijgt, betaal je dus gewoon zelf.

Sterker nog, vergeleken met de voordeligste aanbieding van een prijsvergelijker, zijn deze contracten vaak ontzettend duur. Met een veel voordeligere aanbieding bespaar je dan zoveel geld dat je het ‘gratis’ cadeau gemakkelijk zelf kunt kopen.

Andere aanbieders bieden korting op stroom of zelfs enkele maanden gratis stroom. Dit lijkt voordelig, maar dat valt vaak tegen. Een korting op stroom geldt namelijk alleen op het leveringstarief dat maar een klein deel van de totale energierekening is. Vaak is de korting op jaarbasis hooguit enkele tientjes, terwijl de tarieven op gas en het vastrecht wel veel hoger zijn. Mogelijk betaal je dan alsnog veel meer dan bij het voordeligste contract. Controleer dus altijd bij een prijsvergelijker of een contract met korting op stroom wel echt zo voordelig is.

Conclusie

Gebruik altijd een prijsvergelijker om de voordeligste aanbieding te zoeken. Een prijsvergelijker kan je direct laten zien welke aanbieders voor jou het voordeligste zijn. Een eenjarig contract is vaak voordeliger dan een meerjarig contract.

Wees kritisch bij aanbiedingen met gratis cadeaus of korting op stroom. Vaak zijn deze aanbiedingen helemaal niet zo voordelig als ze lijken.

 

Koop niet te veel spullen

Veel mensen sparen niet of heel weinig. De meesten leggen nog wel geld apart voor onverwachte uitgaven, maar verder geven ze elke maand al het geld uit dat binnen komt.

Bij een salarisverhoging gaan de meeste mensen ook hun levensstijl aanpassen en meer geld uitgeven. Ze schaffen veel nieuwe spullen aan, zoals een duurdere auto of nieuwe gadgets, terwijl ze deze eigenlijk niet nodig hebben. Familie en vrienden doen dit allemaal ook, dus iedereen vindt het normaal.

Op deze manier is het echter onmogelijk om financieel onafhankelijk te worden. Elke maand zul je de inkomsten bijna geheel nodig hebben om je uitgaven te dekken. Je zult dan tot je pensioendatum moeten werken.

Geluksgevoel bij nieuwe aankopen

Reclame probeert ons wijs te maken dat we gelukkiger worden als we een nieuwe auto aanschaffen of de allernieuwste telefoon. Volgens onderzoek blijkt het geluksgevoel bij een nieuwe aankoop maar van korte duur. Na korte tijd ben je aan de nieuwe aankoop gewend. Je geluksgevoel daalt dan weer naar het niveau van voor de aankoop.

Sterker nog, bij te veel spullen worden we juist ongelukkig. Spullen opruimen en onderhouden kost tijd en energie. Dat kan stress opleveren.

Minder spullen kopen

Het is lastig om tegen de stroom in te gaan van steeds nieuwe spullen kopen. Iedereen doet dit namelijk. Als je financieel onafhankelijk wilt worden, zul je je wel enigszins los moeten maken van de consumptiemaatschappij. Dat wil niet zeggen dat consumeren per definitie slecht is. Maar als je geld over wilt houden, moet je keuzes maken.

Heb je bijvoorbeeld echt elke drie of vier jaar een nieuwe auto nodig? Of een nieuwe telefoon wanneer er een nieuw model uitkomt?

In werkelijkheid zal je telefoon van vorig jaar zal nog prima werken. En een auto van een paar jaar oud rijdt nog prima. Zo zijn er veel zaken die je eigenlijk helemaal niet nodig hebt.

Natuurlijk ontkom je er niet aan om af en toe nieuwe spullen te kopen. Stel dat je koffie gemorst hebt over je laptop en deze is niet meer te repareren. Als je je laptop echt nodig hebt, dan zul je wel een nieuwe moeten kopen.

Bedenktijd

Bij elke aankoop die je wilt doen, kun je je afvragen: heb ik dit echt nodig? Geef jezelf een bedenktijd van twee weken. Als je na deze twee weken nog steeds het item wilt hebben, dan kun je het kopen. Anders niet. Zo kun je impulsaankopen voorkomen.

De opbrengst op lange termijn

Stel dat je gemiddeld elke maand 100 euro bespaart door minder nieuwe spullen te kopen. Stel dat je dit belegt en gemiddeld 6% rendement maakt. Na 10 jaar heb je dan een bedrag van € 16.326 opgebouwd. Na 20 jaar is dit bedrag zelfs € 45.565! Financieel onafhankelijk worden wordt zo veel gemakkelijker!

Begin zo jong mogelijk met beleggen

Veel jongeren zijn nog niet met beleggen bezig. Dat is iets voor later, is het idee. Toch kun je door vroeg te starten met beleggen veel eerder financieel onafhankelijk worden.

Hoe jonger je bent, hoe meer tijd je hebt om je vermogen te laten groeien. Het blijkt zelfs dat de factor tijd nog belangrijker is dan het bedrag dat je maandelijks inlegt. Dit komt door het rente-op-rente-effect. Dit effect is zo krachtig dat Einstein het zelfs het achtste wereldwonder heeft genoemd. Het effect van rente op rente zal ik met een voorbeeld illustreren.

Belegger A is 25 jaar en legt elke maand 100 euro in. Na 40 jaar, als hij 65 is, is zijn totale inleg € 48.000. Met een gemiddeld rendement van 6% groeit zijn vermogen op zijn 65e uit tot € 191.696.

Belegger B doet hetzelfde, maar hij begint pas als hij 30 jaar oud is. Na 35 jaar is zijn totale inleg € 42.000. Zijn vermogen is op zijn 65e gegroeid tot € 138.029. Dat is dus veel minder dan belegger A.

Belegger C begint nog later, namelijk pas als hij 40 jaar is. Om voor de verloren tijd te compenseren legt hij wel het dubbele in, dus 200 euro per maand. Na 25 jaar, als ook hij 65 is, heeft hij van de drie beleggers het meeste ingelegd, namelijk € 60.000. Zijn vermogen is echter nog steeds het laagste: € 135.916.

Dit voorbeeld maakt dus duidelijk dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen. Enkele jaren wachten levert een flink lager eindkapitaal op. Zelfs een hogere inleg kan dat niet altijd goedmaken.

Hoeveel geld heb je nodig voor financiële onafhankelijkheid?

Als je financieel onafhankelijk wilt worden, is natuurlijk de vraag: Hoeveel geld heb ik nodig om niet meer te hoeven werken? In dit artikel probeer ik daar zo goed mogelijk antwoord op te geven.

Aannames en onzekerheden

Je kunt niet exact berekenen hoeveel geld je nodig hebt, omdat je onmogelijk de toekomst kunt voorspellen. Je kunt in de toekomst een financiële tegenslag krijgen of de overheid verandert de belastingregels. Daarom zal ik enkele aannames moeten doen.

Aanname 1: je vermogen is waardevast

Ik doe de aanname dat je niet inteert op je vermogen. Je wilt natuurlijk niet dat je vlak voor je pensioen noodgedwongen moet werken, omdat je te weinig geld hebt. Sterker nog, omdat je rekening moet houden met inflatie, zal je vermogen elk jaar iets moeten groeien. De Europese Centrale Bank streeft naar een inflatie van iets minder dan 2%. Ik neem daarom een inflatie van 2% mee in de berekening.

Aanname 2: je bent belastingplichtig in Nederland

Ook doe ik de aanname dat je belasting betaalt in Nederland. Ik ga er van uit dat je een vermogen opbouwt in box 3. Dit betekent dat je rekening moet houden met vermogensrendementsheffing die je moet betalen. Als je bijvoorbeeld (zoals sommige vermogende Nederlanders) in België woont, dan zal de situatie voor jou anders zijn.

Aanname 3: de belasting op vermogen zal niet veel wijzigen

Verder doe ik de aanname dat het belastingtarief op vermogen niet erg zal veranderen. De percentages te betalen vermogensrendementsheffing zullen elk jaar iets wijzigen, maar dat effect zal waarschijnlijk relatief beperkt zijn. Of en wanneer eventueel het belastingstelsel herzien wordt, is echter veel lastiger te voorspellen.

Aanname 4: je pensioen is een veiligheidsmarge

Ik houd in de berekening geen rekening met een pensioen dat je in de toekomst zult ontvangen. De reden hiervoor is dat je pensioenleeftijd en de hoogte van je pensioen onzeker is. Dat geldt zeker als het nog tientallen jaren duurt voordat je de pensioenleeftijd bereikt. Ik zie je pensioen daarom meer als een veiligheidsmarge. Al het pensioen dat je in de toekomst ontvangt, is alleen maar mooi meegenomen.

Wat bepaalt je benodigde vermogen?

1) Benodigd maandinkomen

Uiteraard is de belangrijkste factor je benodigde maandinkomen. Namelijk, hoe meer je nodig hebt, hoe hoger je vermogen moet zijn. Daarom loont het om te besparen op zaken die niet echt nodig zijn. Je hebt dan minder vermogen nodig en kunt dan eerder financieel onafhankelijk worden.

2) Rendement op je vermogen

Om je vermogen op peil te houden, zul je voldoende rendement moeten maken. Je moet namelijk elke maand geld opnemen. Het gemakkelijkste is om te beleggen in indexfondsen met zo laag mogelijke kosten. Hiermee moet je gemiddeld 6% rendement kunnen maken per jaar, na aftrek van de fondskosten. Ik ga dan ook uit van dit gemiddelde.

3) Vermogensrendementsheffing

In 2019 betaal je over je vermogen de volgende percentages aan belasting:

Zonder fiscale partner:

Van Tot en met Percentage
0 30360 0%
30361 102010 0,58%
102011 1020096 1,34%
1020097 1,68%

 

Voor fiscale partners:

Van Tot en met Percentage
0 60720 0%
60721 204020 0,58%
204021 2040192 1,34%
2040193 1,68%

 

Hierop mag je de algemene heffingskorting van 2.477 per persoon in mindering brengen (aangenomen dat je geen andere inkomsten hebt).

Dit betekent dat je bij de volgende vermogens de volgende bedragen aan vermogensrendementsheffing betaalt:

Zonder fiscale partner:

Vermogen VRH Na aftrek heffingskorting Percentage belasting
100000 404 0 0%
200000 1724 0 0%
300000 3060 583 0,19%
500000 5731 3254 0,65%
1000000 12408 9931 0,99%
2000000 29138 26661 1,33%

 

Met fiscale partner:

Vermogen VRH Na aftrek heffingskorting Percentage belasting
200000 809 0 0%
400000 3449 0 0%
600000 6120 1166 0,19%
1000000 11461 6507 0,65%
2000000 24815 19861 0,99%
4000000 58277 53323 1,33%

 

Hoeveel vermogen heb ik (ongeveer) nodig?

Wanneer we rekenen met een gemiddeld bruto rendement van 6%, een inflatie van 2%, dan moeten we nog het percentage aan vermogensrendementsheffing in mindering brengen. Bij een vermogen van bijvoorbeeld 300.000 euro is dat 0,19% als je geen fiscale partner hebt. Dat betekent dat je jaarlijks 3,81% zou kunnen opnemen, wat neerkomt op 11.430 euro per jaar.

Volgens dezelfde berekening heb je bij de volgende maandelijkse bedragen de volgende vermogens nodig:

Zonder fiscale partner:

Benodigd maandinkomen Benodigd vermogen
500 150000
1000 321875
1500 547050
2000 772225
2500 997400

 

Met fiscale partner

Benodigd maandinkomen Benodigd vermogen
1000 300000
1500 450000
2000 643750
3000 1094100
4000 1544450

 

Let wel op dat deze bedragen geen garantie bieden op financiële onafhankelijkheid! Door te beleggen in indexfondsen moet je wel een gemiddeld bruto rendement van minimaal 6% kunnen halen. De kans dat je na tientallen jaren genoeg geld overhoudt, is dan groot.